Nieuw artikel over audiovisuele waarneming voor dingen dichtbij en ver weg

Wanneer we tegelijkertijd iets zien en horen dan kunnen onze hersenen deze informatie aan elkaar koppelen wat de waarneming verbeterd. Zo kunnen we bijvoorbeeld beter horen wat iemand zegt op een druk feestje als we ook naar de mondbewegingen kijken. Als er te veel tijd tussen het licht en het geluidsignaal zit dan behandelen onze hersenen deze informatie alsof het niet bij elkaar hoort en hebben we geen voordeel van het combineren van wat we zien en horen (denk aan een film waarbij het beeld en geluid niet synchroon lopen). Dit is een logisch principe, want dingen die bij elkaar horen gebeuren vaak ook tegelijkertijd (een bal die de grond raakt maakt op hetzelfde moment een geluid). Verschillende studies hebben laten zien dat de vertraging die onze hersenen nog als synchroon zien anders is voor audiovisuele informatie die we van dichtbij waarnemen ten opzichte van informatie die we van ver af waarnemen. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk voor dit fenomeen. In een recent studie heeft Nathan van der Stoep met collega’s uit Duitsland en de VS laten zien dat dit verschil tussen dichtbij en ver weg komt doordat de hersenen een soort andere instelling aanzetten. Dit maakt de hersenen minder tolerant voor vertragingen tussen lichten en geluiden die we van een grotere afstand waarnemen.

Van der Stoep, N., Colonius, H., Noel, J.-P., Wallace, M. T., & Diederich, A. (in press). Audiovisual Integration in Depth: Modeling the Effect of Distance and Stimulus Effectiveness Using the TWIN model. Journal of Mathematical Psychology

This entry was posted in nieuws. Bookmark the permalink.

Comments are closed.