Licht

Ik ben deeltijds verbonden aan TopCare Center Slingedael te Rotterdam. In Slingedael verblijft een fascinerende maar soms ‘vergeten’ neuropsychologische groep bewoners met het syndroom van Korsakov. Korsakov patiënten vertonen met name grote stoornissen in het geheugen en in executieve functies, vaak vergezeld door bijkomende gedrags- en stemmingsafwijkingen. Om de week reis ik via Utrecht naar Rotterdam. In de afgelopen winterperiode somberde ik regelmatig dat grote delen van mijn treinreizen in relatieve duisternis verliepen. Met het korter worden van de dagen waren stations bij heen- en terugreis aardig donker.

Licht is vreselijk belangrijk voor de mens. Het prikkelt onze zintuigen, beïnvloedt onze stemming, en stimuleert de alertheid. In 2017 ging de Nobelprijs voor geneeskunde naar Hall, Rosbash, en Young, onderzoekers die de moleculaire mechanismen van de biologische klok in kaart hadden gebracht.

Dit gezegd hebbende was het dan ook goed om te merken dat mijn recentere Rotterdam excursies geleidelijk meer licht bevatten. In de periode vanaf januari win je ongeveer twee uur daglicht in een maand.

In Slingedael hebben we recentelijk een gerichte studie naar lichtinvloeden uitgevoerd. Misha Oey – psycholoog te Slingedael – heeft samen met Erik Oudman, Sarah Hoes, en ondergetekende een zogenaamde Dusk to Dawn simulatiestudie opgezet, waarbij ‘s ochtends geleidelijk het licht werd opgevoerd en ’s avonds het langzaam werd gedimd. Eerdere studies hebben reeds laten zien dat Dusk & Dawn simulatie positieve effecten op de nachtrust kan hebben, onder andere bij patiënten met Alzheimer (Gasio et al., 2003;Terman & Terman, 2006). Voor bewoners in instellingen, zoals voor onze Korsakov groep, is dit een belangrijk aangrijpingspunt: immers binnen instellingen zijn al minder dag – nacht cues en er is minder natuurlijke blootstelling aan daglicht.

Drie weken geleden was er plots een kinkje in de lichtkabel. ‘s Ochtends op weg naar Slingedael vond ik het weer verdacht donker. De zomertijd was ingegaan. Of zomertijd nu goed voor de mens is of juist de biologische klok verstoort valt buiten deze Blog. Wel is het maar een korte periode van verandering – immers binnen een paar weken schijnt ‘s ochtends de zon al weer vroeg – en op de terugreis heb je er al helemaal geen last van. Beter nog, mijn eigen terugreis in die periode bevatte enkele wetenschappelijke zonnestralen: de eerste Dusk & Dawn bevindingen lijken veelbelovend. Onze interventie heeft een gunstig effect.

Mooi. Dat geeft letterlijk licht!!

Prof. dr. Albert Postma, Hoogleraar Klinische Neuropsychologie, Psychologische Functieleer, Universiteit Utrecht

Literatuur

Gasio, P. F., Kräuchi, K., Cajochen, C., van Someren, E., Amrhein, I., Pache, M., Savaskan, E. & Wirz-Justice, A. (2003). Dawn–dusk simulation light therapy of disturbed circadian rest–activity cycles in demented elderly. Experimental Gerontology38(1), 207-216.

Terman, M., Terman, J. S., (2006). Controlled trial of naturalistic dawn simulation and negative air ionization for seasonal affective disorder. American Journal of Psychiatry, 163(12), 2126‐2133.

 

Posted in blog | Reacties staat uit voor Licht

Nieuw artikel over lichaamsrepresentatie van de benen

Hoe nemen we onze lichaamsdelen waar? We gaan er eigenlijk altijd van uit dat we onze handen, armen, benen en voeten ervaren zoals ze zijn, dat we precies weten hoe lang ze zijn en hoe breed. Echter, eerder onderzoek heeft aangetoond dat wanneer proefpersonen hun handen niet zien en ze naar bepaalde delen van hun handen moeten wijzen (bijvoorbeeld de nagel van de wijsvinger) ze hun handen als korter en breder ervaren dan dat ze daadwerkelijk zijn. Tot nu toe was het nog niet bekend of dit ook geldt voor andere lichaamsdelen. In een recente studie hebben Kayla Stone en collega’s laten zien dat ook de benen verstoord worden waargenomen. Dat wil zeggen, proefpersonen onderschatten de lengte van hun benen en denken daarnaast dat hun enkel dikker is dan het daadwerkelijk is. Deze bevindingen suggereren dat de mentale representatie van de afmetingen van onze ledematen niet alleen verstoord is voor de handen, maar ook voor de benen. Dit vormt een basis waarop de waarneming van armen en benen in patiënten met lichaamsbeeld stoornissen, bijvoorbeeld na een beroerte of bij body identity integrity disorder onderzocht kunnen worden.

 

Stone, K.D., Keizer, A., Dijkerman, H.C. (2018) The influence of vision, touch, and proprioception on body representation of the lower limbs. Acta Psychologica. https://doi.org/10.1016/j.actpsy.2018.01.007

 

Posted in nieuws | Reacties staat uit voor Nieuw artikel over lichaamsrepresentatie van de benen

Aflevering over hoe aandacht werkt in het brein op 8 februari 2018

Op donderdag 8 februari is er een aflevering over ‘Hoe werkt aandacht in het brein?’ Met daarin oa Tanja Nijboer en Stefan van der Stigchel. In de VPRO gids van februari 2018 (#5) werd extra aandacht besteed aan visuospatieel neglect (Tanja Nijboer). Lees het hier: VPRO185_p030-32
Posted in nieuws | Reacties staat uit voor Aflevering over hoe aandacht werkt in het brein op 8 februari 2018

Promotie Teuni ten Brink – Visuospatieel neglect na beroerte: Heterogeniteit, diagnostiek en behandeling

Ieder jaar krijgen in Nederland ongeveer 45.000 mensen een beroerte, waarna 30 tot 50% van de mensen visueel neglect heeft. Mensen met neglect negeren of ontkennen de helft van hun lichaam of een deel van de ruimte om hen heen, hoewel zij niet blind zijn. Veel mensen met neglect zijn zich niet bewust van hun aandoening of rapporteren zelf geen klachten. Patiënten met neglect revalideren minder snel en goed, en eenmaal thuis zijn zij minder zelfstandig dan patiënten zonder neglect. Een goede behandeling is dus van belang. Het doel van dit proefschrift was om neglect beter te begrijpen, beter te kunnen testen en vervolgens beter te kunnen behandelen. Hiervoor hebben we onderzoek gedaan naar verschillende subtypes van neglect, zoals linkszijdig versus rechtszijdig neglect, en neglect voor de nabije versus de verre ruimte. We vonden dat links- en rechtszijdig neglect beide vaak voorkomen na een beroerte, en beide consequenties hebben voor de zelfredzaamheid. Beide subtypes zouden dan ook moeten worden meegenomen in wetenschappelijk onderzoek en worden gediagnosticeerd in de klinische praktijk. Daarnaast hebben we onderzocht hoe we neglect beter kunnen vaststellen, omdat nu vaak discrepantie is tussen ‘statische’ testsituaties en het dynamische dagelijks leven. We onderzochten de Mobility Assessment Course, een dynamische multitaak die geschikt blijkt om neglect in kaart te brengen. Ook onderzochten we hoe we zoekorganisatie konden meten, en welke hersengebieden betrokken zijn bij visueel zoeken. Tot slot onderzochten we prisma adaptatie als behandeling voor neglect in de subacute fase na een beroerte. We vonden geen vermindering van neglect na prisma adaptatie vergeleken met een placebobehandeling. Een reden voor deze neutrale resultaten zou de heterogeniteit van de stoornis kunnen zijn, met name in de subacute fase na de beroerte. De grote variatie tussen patiënten, en binnen patiënten over tijd, zou het effect van prisma adaptatie kunnen hebben overschaduwd. Concluderend is prisma adaptatie in ieder geval niet effectief voor alle patiënten met neglect en zou, gebaseerd op deze resultaten, niet moeten worden geïmplementeerd in de zorg.

Teuni ten Brink verdedigt haar proefschrift op 20 februari.

Wil je het proefschrift lezen?
Dat kan hier: http://teunitenbrink.nl/Downloads/Dissertation_AFTB.pdf

Posted in nieuws | Reacties staat uit voor Promotie Teuni ten Brink – Visuospatieel neglect na beroerte: Heterogeniteit, diagnostiek en behandeling

Specialist!

Sommige trajecten duren zo lang, dat afronding ervan vaak nog als heel ver weg voelt. Zo denk je als je in de brugklas zit nog niet na over je eindexamen, en ben je tijdens je eerstejaarsvakken op de universiteit nog niet bezig met je thesisonderzoek. Zo gold dat ook een beetje voor mijn specialistenopleiding tot Klinisch Neuropsycholoog. Een opleiding van vier jaar! Toen ik daar in 2014 mee startte en mijn rooster voor die hele periode onder ogen kreeg voelde 2018 nog als heel ver weg. Maar ongemerkt gaat de tijd toch enorm snel. Weken vullen zich met opleidingdagen, diagnostische onderzoeken, behandelingen, supervisies, intervisies, managementtaken, MDO’s, begeleiding bij wakkere hersenoperaties, congresbezoeken, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.  Je leert veel, je ontwikkelt je, je vult je rugzak met bergen ervaring en voor je het weet bereidt je je voor op je eindgesprek. Na al die jaren investeren mag ik me dan eindelijk Klinisch Neuropsycholoog noemen. Maar wat betekent dat nu eigenlijk? Op de site van de Rino Groep die de specialistenopleiding verzorgt, wordt het beroepsperspectief van de Klinisch Neuropsycholoog als volgt beschreven:

“Als klinisch neuropsycholoog pas je kennis toe van de relatie tussen hersenen en gedrag op diagnostiek en behandeling van patiënten met (veronderstelde) neuropsychologische aandoeningen. Dit doe je zowel bij volwassenen als kinderen en jeugdigen. Daarnaast draag je als leidinggevende deze kennis over, onder andere door het uitvoeren en vertalen van wetenschappelijk onderzoek in de praktijk.”

Kan ik mezelf na die vier jaar nu in deze beschrijving herkennen? Jazeker! Klinische zorg en wetenschap zijn in mijn ogen onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen de basis van mijn dagelijkse werk. Ook heb ik de laatste jaren steeds meer leidinggevende taken gekregen. En in mijn geval maakt het geven van onderwijs het plaatje compleet. Veel ballen om in de lucht te houden, maar juist deze combinatie van werkzaamheden zorgen voor een continue ontwikkeling van jezelf en van het vakgebied.

Het eindgesprek is achter de rug en de opleiding is afgerond. En nu? Nu is het tijd voor verbreding, verdieping en kennisoverdracht. En er is meer tijd voor zaken buiten het vakgebied. Ik kijk er naar uit!

Dr. Carla Ruis
Universitair docent, Klinisch Neuropsycholoog
Psychologische Functieleer, Universiteit Utrecht

 

Posted in blog | Reacties staat uit voor Specialist!